 |
 |
Overleden aan AIDS
Een sterfgeval door AIDS kan erg moeilijk zijn, vooral voor de familie die alleen maar kan toekijken. Lees dit waargebeurde verhaal van Brenda, die maar al te bekend is met de dood die AIDS kan brengen.
Overleden aan AIDS - Een Stervende Man Heeft Hoop op de Eeuwigheid
Door Brenda Blakely
Het telefoontje kwam vroeg in de ochtend: "Als jij je broer nog levend wil zien, dan moet je zo snel mogelijk hier naartoe komen." Rond het middaguur waren we gereed om de meer dan 1000 kilometer af te leggen van ons huis tot het ziekenhuisbed waar hij in lag. Mijn taak was duidelijk: vergewis je ervan dat hij Jezus als zijn Redder kent. Ik vroeg de Heer: "Neem hem alsjeblieft niet voordat ik weet of hij U kent.”
Mijn zus had me verteld dat mijn broer Bert in het ziekenhuis was opgenomen en de verwachting was dat hij nog maar een paar dagen te leven had. We kwamen laat in de avond aan, in de verwachting dat we meteen naar het ziekenhuis zouden gaan om hem te bezoeken.
Maar de beslissing om de regels voor ons wat te versoepelen in deze leven en dood-situatie was teruggedraaid. Men zei dat we eerst maar een goede nachtrust moesten hebben en dan in de ochtend tijdens het reguliere bezoekuur terug moesten komen. Terwijl ik bad, sprak God's stille stem vrede in mijn hart. Het was oké; rust en hij zal er nog zijn.
Eindelijk was het dan mijn beurt om zijn intensive care kamer binnen te gaan. Ik had eigenlijk helemaal geen verwachtingen, behalve dat God mij toestond om nog met hem te spreken.
De man die in dat bed lag, verbonden met al die buisjes en medische apparatuur, was de broer waar ik als klein kind al voor gebeden had. Hij leek zo ongemakkelijk in dat bed; hij kon niet veel praten door het zuurstofmasker dat hij droeg. Zijn woorden werden nu erg waardevol, hun zeldzaamheid maakte elk woord dierbaar. “Ik hou van jou. . .Ik hou van jou.”
Ik moest hem wel vragen: "Heb jij Jezus als je Heer en Verlosser aanvaard?" Hij zei het woord waar ik voor gebeden had: "Ja".
Discussies met de familie en de onvermijdelijke gesprekken met de artsen sleurden ons in een drama dat nauwelijks echt leek. Bert was stervende aan AIDS. Een lang verhaal was zich aan het ontvouwen, maar moest nu even aan de kant worden gezet voor belangrijker zaken. We moesten Bert de beste laatste momenten op deze aarde met zijn familie geven die we hem konden geven, en we moesten hem laten weten dat we van hem hielden.
Vlak voor de middag verhuisden ze hem naar een bed op een gewone afdeling. Toen we van de lunch terugkwamen was hij in zijn nieuwe kamer. De verpleegster zei dat hij zijn ogen even had geopend om naar buiten te kijken. God's schepping bevond zich op het hoogtepunt van zijn pracht -- bloeiende bloemen, de azuren hemel zo zacht en mooi. Terwijl hij op dat bed lag en naar adem snakte, probeerden wij er zo goed als we konden een familiebijeenkomst van te maken. We lachten en deelden herinneringen en verhalen. We namen de tijd om de goede momenten te herinneren waarmee we gezegend waren. De pastor kwam en we zeiden samen een gebed. We hielden Bert's handen vast om hem in onze cirkel op te nemen.
Bert’s baas kwam op bezoek en toen hij opstond om te vertrekken keek hij Bert aan en zei: "Jij kent Jezus, nietwaar Bert?" Bert knikte zachtjes en glimlachte. Dat was genoeg. Deze man had Bert het grootste geschenk van alles gegeven; wij hoopten de rest van het verhaal later te horen.
Een tijdlang was er niemand in zijn kamer en ik wilde niet dat hij hier alleen doorheen moest gaan, dus ging ik naast zijn bed zitten. Ik merkte hoe Bert woelde en worstelde om naar de oppervlakte van zijn diepe, gemediceerde slaap te komen. Zijn oogleden openden een heel klein beetje om de gekwetste spiegel van zijn ziel te onthullen. Woorden kwamen over zijn lippen, een zwakke ademstoot die mijn oren bereikte: “Help me.”
Terwijl hij in zijn rust teruggleed, weende mijn hart en mijn gehuil bedekte mijn hulpeloosheid. Oh zoon, er is niets dat ik nu kan doen. Had je maar eerder om hulp geroepen.
Toen mijn gezin laat die avond eindelijk het ziekenhuis verliet, bleef Moeder zeggen hoe moeilijk het was om zijn lichaam daar op dat ziekenhuisbed achter te laten, ook al wisten we dat hij daar niet meer was. Het was voorbij, hij had ons verlaten. Geen kans meer om 'ik hou van jou' te zeggen, geen kans meer om zijn verdriet en angst te delen die hij had door deze gevreesde ziekte.
De kerk was gevuld met mensen wiens levens Bert had geraakt. Mensen naar wie Bert geluisterd had toen zij hun pijn met iemand wilden delen en misschien ook enkele mensen met wie Bert zijn eigen pijn had gedeeld. Maar toch was Bert niet in staat geweest om zijn pijn met zijn eigen familie te bespreken.
De mensen in de eredienst spraken over een man die het leven liefhad, die bijzondere momenten en verrassingen in de levens van anderen bracht en die ervan hield om alles met anderen te delen. Bert had deze aarde zo vredig verlaten en ik geloof dat hij blij was dat hij zijn lichaam kon verlaten, een lichaam dat door AIDS was verwoest.
Maar voor ons, de achterblijvers, is er nog veel te verwerken.
Soms huil ik nog hartverscheurende tranen uit het diepst van mijn ziel. Een vriend van Bert vertelde me dat Bert mij echt had willen bellen en me over zijn ziekte had willen vertellen, maar hij had het niet kunnen opbrengen om dat ook echt te doen.
Hoe zou ik er op gereageerd hebben? Bert was op de verkeerde plaatsen op zoek geweest naar vertroosting voor zijn leven en hij had de gevolgen daarvan met zich meegenomen naar zijn sterfbed. God had toegestaan dat de waarheid hem bereikt had, hem aangespoord om deze te aanvaarden en hem gesterkt om zich van zijn oude leven af te keren, naar het nieuwe leven dat God voor hem geschapen had. Zou ik dat ooit herkend hebben als ik geconfronteerd was geweest met de realiteit van zijn leefsituatie?
Ik heb al vele jaren pastoraal werk verricht en heb al veel mensen in een crisissituatie gezien, maar dit was zogezegd te dicht bij huis. Dit keer was het mijn eigen familie; mijn broer, de man waar ik altijd al voor gebeden had en die vaak langere perioden bij ons had ingewoond. De man die mijn dochter haar Broom noemde (broer-oom). De man die van andere mensen hield en altijd tot actie overgang als iemand iets nodig had. De man die voor gewonde dieren zorgde, die van mooie dingen hield en die oud speelgoed verzamelde en dit vaak weggaf aan behoeftige kinderen. Hij vierde elke dag van het jaar Kerstmis en hij was de man met wie ik zo veel ervaringen en herinneringen deelde.
Ik kan nog steeds de woorden "Help me" horen die hij op zijn sterfbed sprak. Maar het enige dat ik nu kan doen is op het platform staan dat God me gegeven heeft en de waarheid herhalen. God is nog steeds beschikbaar om te helpen en zal nog steeds de meest vuile zonden vergeven en genezen.
Er is hoop.
Jezus heeft ons de grote opdracht gegeven en de baas van Bert had deze aangenomen. In onze drukke werkwereld nam hij de tijd om iemand op te merken die Jezus nodig had en hij gaf Bert het beste geschenk van allemaal -- hoop voor de eeuwigheid. Heeft God iemand op jouw pad gebracht die de Verlosser nog moet leren kennen? Zul jij de opdracht aannemen? Het kan alle verschil in het leven uitmaken.
Lees Meer
Vind jij deze informatie nuttig? Help ons dan door deze met anderen te delen met behulp van onderstaande social media knoppen. Wat zijn social media?
Praat over ons:
Volg ons:
|
 |
| English
|
| Social Media |  |
 |
 |  |
Praat over ons:
Volg ons:
|
|
 | | Reflections |  |
 |
 |  |
 |
Comfort Zone
Verhalen over Genezing
God's Vrede
God Kijkt Toe
Anderen Troosten
Overleden aan AIDS
God's Genade
Familieherinneringen
Jezus Weerspiegelen
Bronnen Voor Verder Onderzoek
|
 | | Aanbidding |  |
 |
 | | Gemeenschap |  |
 |
 | | Discipelschap |  |
 |
 | | Bediening |  |
 |
 | | Evangelisatie |  |
 |
 |
| Bestaat God Wetenschappelijk? |  |
 |
 | | Bestaat God Filosofisch? |  |
 |
 | | Is De Bijbel Waar? |  |
 |
 | | Wie Is God? |  |
 |
 | | Is Jezus God? |  |
 |
 | | Waarom Christendom? |  |
 |
 | | Groei met God |  |
 |
 | | Populaire Kwesties |  |
 |
 | | Levensproblemen |  |
 |
 | | Herstel |  |
 |
 |
|
 |
 |